Dinsdag 30 januari.
Onze laatste ochtend op Whale Island. Het is rond acht uur als Robert als eerste ontdekt dat ten eerste onze tafel was ingepikt door een grote groep Australiërs, en ten tweede dat er vanochtend een buffet is in plaats van bediening aan tafel. Deze manier van ontbijten bevalt ons toch een stuk minder maar oké, we snappen het wel met de drukte.
Na het ontbijt gaan we terug naar de kamers om onze koffers klaar te zetten. Robert laat zijn drone nog even uit en dan besluiten we terug te gaan naar de bar. De laatste anderhalf uur drinken we nog iets en gaat Robert, de rijst lijder van de groep, betalen.


Onze schade van drie nachten Whale Island bedraagt welgeteld ruim 11 miljoen Vietnamese dong. Omgerekend iets meer dan 400 euro. Met alle cocktails, massages en de snorkeltocht inbegrepen valt het ons behoorlijk mee. Tijd om te vertrekken. De koffers worden op de boot geladen en we vertrekken weer naar het vaste land.
Daar staat het taxi busje al klaar en kunnen we gelijk vertrekken, alhoewel we zijn Tom nog even kwijt, die moet zo als een goede groenman betaamd nog even een braakliggend stuk terrein bewateren. De rit naar Cam Rahn International Airport duurt alles bijeen toch nog twee en een half uur. We rijden langs het strand van Nha Trang en het valt ons op dat het wel erg toeristisch is.


We zien hier zelfs onze eerste McDonalds. Aangekomen op de luchthaven heeft de hamburgertent nog zijn nawerking. Na een toilet bezoek door iedereen kiezen we ervoor om te eten bij de Burger King. Het bestellen heeft nog wat voeten in aarde omdat dat Vietnamees moeilijk te lezen is. Een maal besteld nemen we plaats aan tafel en binnen een paar minuten krijgen we onze lunch.
Veel te veel blijkt, alleen Jeannette is slim geweest en heeft alleen een burger besteld. Al snel blijkt dat er een cola te weinig is. Die is verwisseld met het water van Jeannette. Wat doe je dan als goede rijst lijder, juist zo gezegd zo gedaan.
Robert geeft zijn cola netjes af aan Veerle alleen die beslist dat ze het toch niet zo lekker vind en gooit hem dan maar over tafel. Zonder verdere problemen checken we de koffers in en gaan dan naar de gate. Ook de security check gaat snel, wat een genot vergeleken bij Schiphol.


Na een vlucht van zo’n drie kwartier landen we in Ho Chi Min City. De taxi chauffeur staat al klaar met een bord, Mrs Johanna Gerardina Johanna Wilhelmina Arts and party. Prima geregeld weer door de rijst lijder. Hij neemt ons mee naar de parking waar zijn bus staat, dat vind Tom iets minder want die is gewend dat het busje voor de terminal staat, en we vertrekken naar ons hotel Central Palace.
Wat ons gelijk opvalt, naast de temperatuur van 34 graden, is het verkeer en het moderne uiterlijk van de stad. Was het in Hanoi al druk met auto’s en brommertjes, dan is dit toch nog wel een graad erger. Niet normaal hoe die brommers auto’ en bussen door elkaar heen krioelen. Dit hebben we nog nooit gezien, zelfs niet in Shanghai.


Na toch wel zeker drie kwartier door de stad rijden komen we aan bij ons hotel. Zodra we zijn ingecheckt verplaatsen we ons naar de 14e verdieping daar is het zwembad en een bar. De bar stelt niet veel voor maar het uitzicht is mooi. We drinken iets, maken wat foto’s en besluiten dan naar een streetfood market te gaan dicht in de buurt van het hotel. Het blijkt een voltreffer.
We nemen plaats aan een tafel en de dames en heren gaan om de beurt iets van het sharing food bestellen. Onder het genot van wat live muziek en wat biertjes vermaken we ons prima. Met een gevulde buik wandelen we daarna naar het iconische postkantoor van Ho Chi Min City, een mooi groot verlicht gebouw waar veel bedrijvigheid rond is.


Eenmaal terug bij het hotel blijkt de bar al dicht. We besluiten toch nog iets te gaan drinken een paar tenten verder van het hotel. Hier drinken we nog twee drankjes met op de achtergrond prima muziek. Voor een reisdag was het toch een prima dag.
